Gistermiddag vetrokken we vanuit Velden naar Frankfurt met een hele map aan documenten, een tandenborstel en een goede dosis spanning. Om zeker op tijd te zijn hebben we een hotel geboekt. Dat plan hadden wij overigens niet als enige.

Dinsdag 20.00

Na het eten gaan we nog even een drankje doen aan de bar. Er zitten diverse mensen waarvan zeker de helft Nederlands is. De wachttijd op het consulaat in Amsterdam blijkt inmiddels op maanden te zitten waardoor Nederlandse wereldreizigers zich hier in Frankfurt voor een visum verzamelen. Een van de barhangers moppert er over en zegt met een Amsterdams accent; ‘Ik kan het consulaat godverdomme vanaf mijn huis zien liggen’.

Woensdag

En dan is het DE dag, het groene of rode licht, de ja of de nee, want ‘it ain’t sure till the fat lady sings!’

Na het ontbijt lopen we naar het consulaat. Er zijn strikte regels in wat wel en niet mag. Buiten in de rij wordt in verschillende talen omgeroepen wat deze regels zijn. Ik kijk om me heen. Het gebouw heeft hogen hekken en doet me wat denken aan een gevangenis. Langs de rij met wachtende mensen lopen twee mannen die ons herinneren aan de regels, soms een grapje maken of vragen beantwoorden. Aan de overkant van de weg staat een politieauto geparkeerd die een vaste plek daar lijkt te hebben. We moeten ons eerst buiten melden, vervolgens worden we in groepjes van vijf mensen binnen gelaten.

Binnen worden we gecontroleerd met een x-ray en metaaldetector net als vroeger bij de ingang van de E-dry, maar dan strenger. Gelukkig mogen we naar binnen en kan het feest beginnen!

We komen op het buitenterrein om naar het volgende gebouw te lopen om ook daar weer aan te sluiten in een rij. De rijen lijken op die van een attractiepark alleen is het er stil en zijn mensen behoorlijk op zichzelf. Er wordt niet stiekem door jeugd voorgekropen of slappe broodjes met gebakken ei gedeeld. Ik krijg wel nog een vriendelijk glimlach van een pastoor, of misschien wel dominee, geen idee, hij heeft zo’n wit randje om zijn hals en draagt een zwart pak.

Inside info: Het voordeel van mijn vak is dat ik me nooit verveel, een wachtrij is vooral een perfecte gelegenheid om mensen in mijn hoofd te analyseren

Vijfenveertig minuten later zijn we aan de beurt en worden we door een vriendelijk vrouw geholpen. Ze vraagt om onze paspoorten en papieren. We geven haar die waarop ze zegt; “ik mis één bladzijden”. Als spanning je leven verkort dan word ik bij deze vraag niet meer 125, maar 120 jaar. René zoekt met een trillend handje in een ander stapeltje om het missende velletje gelukkig alsnog toe te kunnen voegen. Pfjoeuw! We maken nog wat vinger afdrukken en mogen nu naar het volgende loket om te betalen.

René zegt, “ik hoop toch dat we niet contant hoeven te betalen, ik heb geen 500 Dollard op zak’. (Dank je schat, nu word ik nog maar 118). Gelukkig heeft hij wel zijn creditcard mee en wordt het geld zonder problemen overgemaakt. De dame achter het loket zegt; “Jullie zijn vast Nederlanders, dat zie ik aan de doopnamen, Nederlanders hebben vaak romeinse namen”.

We bedanken haar en stappen in onze denkbeeldige praalwagen richting het laatste loket.

Dit is het moment…… We zijn direct aan de beurt. Ook hier worden we vriendelijk geholpen. De man achter het loket kijkt ineens bedenkelijk. Wat blijkt, in de documenten wordt gesproken over Bertelsman en Arvato waardoor er verwarring lijkt te ontstaan. (Arvato is een dochteronderneming van Bertelsman). Hij loopt weg om na te vragen of dit kan. René en ik kijken elkaar verschrikt aan. Mijn darmen beginnen spontaan te rommelen zoals bij op hol geslagen pony. Ineens lijkt de tijd extreem te vertragen zoals Neo in de Matrix de kogels ontwijkt die op hem worden afgeschoten. Het lijkt uren voordat de deskmedewerker terugkomt. Ik zet al mijn facereading-skills in als hij zegt; ‘Oh boy’ om direct weer naar het schermpje te staren. Wat bedoelt hij met ‘Oh BOY!’

Hij tikt er behoorlijk op los en er is geen emotie te zien. Ik zie in mijn hoofd allerlei verhalen voorbij flitsen van mensen die het visum niet kregen, of weer een nieuwe afspraak moesten maken.

Even kijk hij omhoog en beseft dat de vier grote Bambie-ogen die hem aankijken toch iets van geruststelling nodig hebben voordat ze in een mental breakdown deel 2 terecht komen.

Hij zegt; ‘Your oké’. Thank god! Het heeft me weer minstens 10 jaar gekost, maar whoehooeeeeee!!!! We gaan naar Amerika!!!!

We zijn oké! We zijn approved!

We laten de paspoorten achter, huppelen naar het hotel om snel onze lievelingsmensen te bellend want het feest kan nu toch echt beginnen want ‘the fat lady sang!’

— Wordt vervolgd —

We hebben het visum!